Auteur Topic: 20 jaar waldenström  (gelezen 295 keer)

doris

  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 3
    • Bekijk profiel
20 jaar waldenström
« Gepost op: juli 05, 2018, 15:00:28 pm »
'Schrijf het van je af', zei de nachtverpleegster toen ze ’s avonds laat de kamer binnenkwam om te kijken
of we nog iets nodig hadden voor de nacht en zag dat ik aan het schrijven was.
Het bezoekuur was al lang voorbij. Mijn kamergenote had zich al gereed gemaakt voor de nacht,
alleen het nachtlichtje boven mijn bed was blijven branden, de andere lichten waren gedoofd,
ik zat rechtop in bed met mijn dagboek op schoot en schreef een beetje.
'Schrijf het van je af', zei ze nogmaals, het zal je goed doen, je helpen.

Achteraf moest ik toegeven dat ze gelijk had want er was in die dagen bijlange geen sprake van psychologische
bijstand of hulp op de oncologische afdeling, de verpleegsters deden wat ze konden en nog een hele hoop méér
maar hun dagen waren overvol zodat er niet altijd tijd overbleef om de patiënten mentaal te steunen of te troosten.
Niets dan lovende woorden voor de inzet en de kunde van mijn arts maar voor simpele uitleg over mijn ziekte
en behandeling, steun of troost moest ik niet bij hem zijn, hij bleef hardnekkig hangen in zijn medische jargon
want hij was nog van de oude lichting.
Toch bestonden 20 jaar geleden al praatgroepen en zelfhulpgroepen waar mensen met kanker naartoe gingen,
ze vonden tijdens die bijeenkomsten veel steun en toeverlaat bij elkaar, maar ik wilde niet naar zulke
bijeenkomsten met wildvreemden, gezien mijn verregaande verlegenheid was dat uitgesloten dus bleef
alleen mijn dagboek over ‘om het van mij af te schrijven’ zoals de nachtzuster suggereerde.
En dat deed ik dus.

Mijn eerste dagboek begon ik, zoals vele jonge mensen in die tijd, toen ik zestien was.
Mijn toenmalig en tevens eerste vriendje hield een dagboek bij, vertrouwde hij me toe, het toppunt van romantiek
vond ik dat en begon er meteen ook één.
Van mijn moeizaam bijeengeharkte zakgeld kocht ik een geruit schriftje met een linnen kaft en schreef
met waterblauwe inkt mijn naam en geboortedatum op het schutblad.
Waarom ik dat deed?
Gewoon! Omdat ik dacht dat het zo hoorde.
In het prille begin wist ik eigenlijk niet goed wat ik moest schrijven dus plakte ik de brieven van mijn vriendje,
we voerden intussen een uitgebreide correspondentie, in mijn dagboek en ik schreef er een beetje commentaar bij.
Maar mijn schriftje werd op die manier wel héél snel vol en puilde met al die brieven na enkele maanden
lelijk uit zijn band dus herbegon ik.
Ik kocht deze keer een groot Atoma schrift in de vaste overtuiging dat het mijn  eerste dagboek van een hele reeks
zou worden en plakte nooit meer brieven in mijn schrift, niet van mijn eerste noch van volgende vriendjes.
Na enige jaren hield mijn eerste vriendje zijn dagboek voor bekeken, hij werd er een beetje te groot voor, zei hij,
maar ik niet, ik had de smaak te pakken en ging er mee door, ik schreef over mijn gedachten, dromen en verlangens,
mijn vooroordelen, twijfels en angsten, mijn zelfgenoegzaamheid, onwetendheden en frustraties, kortom,
 mijn dagboek werd een vriend voor het leven, een vriend die me nooit in de steek liet, zelfs nu ik in het ziekenhuis
lag bleef ik trouw aan mijn vertrouwde papieren vriend om het 'van mij af te schrijven'.

Ik had in het ziekenhuis zeeën van tijd en tijdens de eerste maanden schreef ik vooral over mijn zieke lichaam,
veel over mijn boosheid want door mijn ziekte en de intense  behandeling stond ik niet langer in het centrum
van mijn leven maar hulpeloos aan de zijlijn, ik telde niet langer meer mee, ook over mijn angsten schreef ik
hele bladzijden vol, zou ik het halen, zou ik sterven en hoe zou dat dan gaan…?
Toen ik na enkele maanden besefte dat er bijlange nog geen eind kwam aan de behandelingen was ik mijn
eigen geweeklaag spuugzat en hield er mee op.
Ik lag veel te liggen, was vaak te misselijk en te ziek om te schrijven, mijn lichaam was ziek en zwak en
streed zijn eigen strijd maar mijn geest was nooit gezonder en draaide overuren, ik begon mentale brieven te schrijven,
brieven die ik nooit verstuurde en verhaaltjes, in gedachten schreef ik hele vellen vol,
verhalen die ik tijdens mijn betere dagen opschreef.
Toen ik twee jaar later in remise ging en boordevol ongeduld mijn leven buiten de ziekenhuismuren wilde verderzetten,
wat veel eenvoudiger klinkt dan in werkelijkheid gebeurde, bleef ik apart van mijn dagboek verhalen schrijven.

Nadat mijn vriend, de schrijver enkele van mijn verhalen had gelezen, vroeg hij, waarom begin je niet net als ik een blog,
je schrijft toch graag en je schrijft goed, zei hij.
Ik glom van trots om zijn compliment maar moest niet zo nodig een blog beginnen, zag dat eerlijk waar niet goed zitten.
Maar af en toe een verhaal op zijn blog posten, dat leek me wel iets.
Dat wilde ik wél en zo schreef ik enkele jaren op zijn blog tot de blog door omstandigheden die er hier niet toe doen
ophield te bestaan en ik helemaal alleen een nieuwe blog startte.
Zin om een kijkje te nemen?
Dat kan op volgend adres:

https://treurwilgpoesie.wordpress.com/
of
https://dorisrondelez.wordpress.com/




« Laatst bewerkt op: juli 25, 2018, 17:48:23 pm door doris »